Campania
Campania is de wijnstreek rond Napels, in het zuidwesten van Italië, met de Amalfikust en de Vesuvius als vertrouwde herkenningspunten. Het is een van de oudste wijngebieden van het land: er stond hier al wijnbouw voordat de Romeinen de streek in cultuur brachten, en de Grieken introduceerden veel van de druiven die je er vandaag nog aantreft. Het binnenland bestaat uit heuvelachtig, vaak vulkanisch landschap dat zich landinwaarts verheft richting de Apennijnen. De provincie Avellino, ook wel Irpinia genoemd, vormt het hart van de kwaliteitswijnbouw in de regio.Wat het klimaat betreft heeft Campania een mediterrane basis: warme, droge zomers en milde winters, met genoeg zon om druiven volledig te laten rijpen. Interessanter is wat er in de hoger gelegen wijngaarden gebeurt. Rond Avellino liggen veel percelen op enkele honderden meters hoogte, waar het verschil tussen dag- en nachttemperatuur behoorlijk groot kan zijn. Die afkoeling ‘s nachts remt de suikeropbouw en behoudt zuren, wat verklaart waarom de witte wijnen uit deze hoger gelegen delen vaak verrassend fris en gestructureerd zijn ondanks de zuidelijke ligging. De bodem is het andere grote verhaal van Campania. Rond de Vesuvius en in delen van Irpinia ligt vulkanisch materiaal: as, tufsteen en mineraalrijke gesteentes die wijnen een herkenbare, soms rokerige mineraliteit meegeven. Bij Tufo, de bakermat van de Greco di Tufo, overheerst tufsteen gemengd met klei en kalk, wat bijdraagt aan de stevige zuurgraad en de zoute, minerale afdronk die deze wijn kenmerkt. Andere delen van de regio hebben meer kalkrijke of kleiige ondergrond, wat de wijnstijl per deelgebied behoorlijk laat verschillen, ook al liggen de wijngaarden soms maar enkele kilometers van elkaar.De belangrijkste rode druif is Aglianico, een laatrijpend ras met dikke schil dat structuur, tannine en donker fruit oplevert. Voor witte wijnen draait alles om het trio Fiano, Greco en Falanghina. Fiano geeft aromatische wijnen met tonen van peer, perzik en witte bloemen, vaak met een volle body. Greco, vooral bekend van Greco di Tufo, brengt citrus, bloesem en gedroogde abrikoos mee, met een duidelijk minerale rand. Falanghina is de meest verfrissende van de drie, met citroen, perzik en amandel, en leent zich goed voor jong drinken. Daarnaast tref je in de streek nog authentieke, minder geëxporteerde rassen aan, die vooral lokaal een rol spelen.De Aglianico-wijnen uit Campania, met Taurasi als absolute referentie, zijn krachtig en tanninerijk, met aroma’s van zwart fruit, leer en kruiden. Ze worden vaak vergeleken met Barolo vanwege hun vermogen om jarenlang te rijpen en ondertussen complexiteit op te bouwen. Aglianico del Taburno, iets westelijker gelegen, geeft doorgaans een iets frissere en toegankelijkere stijl omdat houtrijping hier niet verplicht is. Bij de witte wijnen zie je een mooi contrast: Fiano di Avellino is voller en zachter, terwijl Greco di Tufo net wat rechtlijniger en minerale is door de tufsteenbodem. Wie de twee naast elkaar proeft, merkt dat Greco strakker en zouter overkomt, terwijl Fiano ronder en fruitiger aandoet. Beide kunnen, in tegenstelling tot wat je van veel Zuid-Italiaanse witte wijnen zou verwachten, best wat jaren verdragen dankzij hun natuurlijke zuurgraad.Bij het serveren van de rode Aglianico-stijl, zoals de Tombacco Aglianico del Beneventano in dit assortiment, help je de wijn met een iets hogere schenktemperatuur, rond de 16 tot 18 graden, en een groot bolvormig glas dat de aroma’s van rijp fruit en kruiden ruimte geeft. Schenk je hem te koud, dan verschuilen de tannines zich en proef je vooral scherpte in plaats van rijpheid. Voor de gedistilleerde stijl in het assortiment, de Limoncello di Sorrento, ligt dat compleet anders: dat drink je juist ijskoud, bij voorkeur uit de vriezer, in een klein glaasje na de maaltijd. Een veelgemaakte fout bij Campaniaanse wijnen is ze te vroeg opentrekken; vooral de stevigere Aglianico’s hebben tijd nodig om open te bloeien, zowel in de fles als na het schenken in het glas.Aglianico uit Campania is een prettige metgezel bij stevige vleesgerechten, gegrilde worst, gestoofd wild of harde, langgerijpte kazen; de tannines en het fruit vangen het vet en de smaak van dat soort gerechten goed op. Limoncello past juist bij een lichter moment: als afsluiter na het eten, over vers fruit, of verwerkt in een dessert met citrus. Zoek je een tegenhanger voor de witte druiven uit deze streek, dan liggen gerechten met schaal- en schelpdieren of gegrilde vis voor de hand, al hoort de uitwerking van die combinaties eigenlijk bij de pagina’s over Aglianico, Fiano of Greco zelf.Veelgestelde vragenWelke appellations liggen in Campania?Campania telt vier DOCG’s: Taurasi en Aglianico del Taburno voor rood, en Fiano di Avellino en Greco di Tufo voor wit. Daarnaast zijn er tal van DOC’s, waaronder Sannio en Falanghina del Sannio, verspreid over de provincies Avellino, Benevento, Napels en Salerno.Welke jaargangen zijn sterk in Campania?Dat verschilt sterk per producent en microklimaat, vooral omdat de hoger gelegen wijngaarden gevoelig zijn voor regen in de herfst tijdens de late oogst van Aglianico. Vraag bij een specifieke fles altijd naar de jaargangkenmerken van dat huis, want een algemene uitspraak over een heel jaar doet de regio te kort.Op welke temperatuur schenk je wijn uit Campania?Een stevige Aglianico komt het best tot zijn recht rond 16 tot 18 graden in een groot glas, zodat de aroma’s zich kunnen ontplooien. Witte wijnen als Fiano en Greco doe je juist beter iets koeler, ergens tussen 10 en 12 graden, om de frisheid te bewaren.Hoe lang kun je wijn uit Campania bewaren?Aglianico uit Taurasi behoort tot de best bewaarbare rode wijnen van Zuid-Italië en kan door zijn tannine- en zuurstructuur vaak jarenlang liggen. Eenvoudiger Aglianico, zoals gemaakt van beneventaanse druiven, is doorgaans toegankelijker en leent zich beter voor drinken op relatief jonge leeftijd.Wat maakt Campania anders dan naburige streken?Waar veel Zuid-Italiaanse gebieden vooral bekend staan om brede, zonnerijpe wijnen, dankt Campania zijn karakter aan de combinatie van vulkanische bodems en verkoelende hoogteligging. Die twee factoren samen geven zowel de rode als de witte wijnen een mineralere, frissere signatuur dan je op basis van het warme klimaat zou verwachten.Waarom verschillen Fiano di Avellino en Greco di Tufo zo van elkaar, ondanks de korte afstand?Ondanks dat de wijngaarden dicht bij elkaar liggen, zorgt de tufsteenbodem rond Tufo voor een strakkere, zoutere Greco, terwijl de iets andere grondsamenstelling rond Avellino de Fiano ronder en fruitiger maakt. Dat is een mooi voorbeeld van hoe kleine bodemverschillen in Campania grote invloed hebben op de uiteindelijke stijl.
Toont alle 2 resultatenGesorteerd op populariteit
Toont alle 2 resultatenGesorteerd op populariteit

